In 2003 zijn 2 gevallen bij het NCvB gemeld en 5 gevallen in 2004 als beroepsziekte. Het NCvB beschouwt ieder incident waarbij secundair preventieve maatregelen genomen zijn vanwege een positieve bron, als meldenswaardig. Er is zeker sprake van een grote ondermelding.
VIA DE MENS OVERDRAAGBARE ZIEKTEN
I. VIRUSHEPATITIS
(404: Virushepatitis van het personeel dat zich bezighoudt met preventie, verzorging en hulp aan huis, onderzoek en andere werkzaamheden waarvoor een infectierisico bestaat)
Verwekkers van virushepatitis
Virushepatitis kan door een aantal virussen veroorzaakt worden, waaronder het hepatitis A, hepatitis B, hepatitis-non-A-non-B, hepatitis C, hepatitis D-virus (het ‘delta agens’, een defectief virus), het epidemische non-A hepatitisvirus en het hepatitis E (‘enteric’)-virus. Infecties met andere virussen zoals het Epstein-Barr en cytomegalovirus kunnen zich ook manifesteren met een leveraandoening. Hoewel al deze virussen beroepsgerelateerde infecties kunnen veroorzaken, is wereldwijd veruit de meest belangrijke het hepatitis B-virus (serum hepatitis).
Infectieroute
Blootstelling: Over het algemeen treedt besmetting met het hepatitis B en C virus op via seksueel contact of via bloed-bloedcontact met geïnfecteerd menselijk bloed of plasmafracties. Andere bekende of verdachte infectieroutes zijn onder andere tatoeëring en mogelijk de parenterale route via slijmvliescontact met infectieuze lichaamsvloeistoffen. Aërogene besmetting wordt niet beschouwd als een risico.
Verticale overdracht van moeder naar kind is een belangrijke niet-beroepsgebonden overdrachtsroute voor hepatitis B.
Hepatitis A (en E) worden via een faeco-orale infectieroute overgebracht, vrijwel altijd onder slechte hygiënische omstandigheden. Deze infecties treden zelden als beroepsziekte op.
Risicogroepen: Op een hepatitis B en C infectie lopen met name personen risico wier werk hen in contact brengt met bloed, bloedproducten of lichaamsvloeistoffen van geïnfecteerde patiënten. De belangrijkste risicogroep is daarom het personeel in de gezondheidszorg, inclusief laboratorium-personeel. Andere risicogroepen vormen personeel van gevangenissen en psychiatrische inrichtingen, en politie- of ambulancepersoneel die in contact kunnen komen met bloed of lichaamsvloeistoffen van geïnfecteerde personen.
Klinische beeld (Hepatitis B en C)
Symptomatologie: Na een incubatieperiode van tussen de 60 en 180 dagen ontstaan anorexia, misselijkheid en braken, na een paar dagen gevolgd door geelzucht en het lozen van donker gekleurde urine en ontkleurde ontlasting. Diarree, huiduitslag en een lichte temperatuursverhoging kunnen in een klein aantal gevallen optreden. Bij lichamelijk onderzoek van de geelzucht-patiënt blijkt meestal dat de lever glad, gevoelig en vergroot is.
Laboratoriumdiagnose: Gestoorde leverfuncties en de aanwezigheid van serum-antigeen-markers zoals HBsAg.
Prognose: 90% van de patiënten herstelt spontaan. Een fulminante (vaak fatale) hepatitis komt voor bij minder dan 1% van de patiënten, maar sommigen die wel herstellen van de hepatitis kunnen drager worden (5 tot 10%), recidiverende episodes van hepatitis doormaken of een chronische actieve hepatitis ontwikkelen, wat kan leiden tot leverinsufficiëntie. Bij 30% van de patiënten met een chronische hepatitis B-infectie ontwikkelt zich een hepatocellulair carcinoom.
REGISTRATIERICHTLIJN
a. Klinisch beeld
Hepatitis B en C zijn de enige echte beroepsziekten in deze categorie. Alleen onder slechte hygiënische omstandigheden geldt dit eventueel ook voor hepatitis A.
Positieve serologie: Heeftalleen betrekking op hepatitis B en C. Hepatitis B is hiervan de belangrijkste.
Ziektebeelden:
- acute hepatitis
- chronische persisterende hepatitis
- post-hepatitische cirrose
- post-hepatitisch levercarcinoom
b. Blootstelling
Type beroep: Elk beroep waarbij (waarschijnlijk) sprake is van blootstelling aan bloed, bloedproducten, lichaamsvloeistoffen en biologisch materiaal. Indien er een reële beroepsmatige contactmogelijkheid is en er geen meer voor de hand liggende andere infectiebron bestaat wordt voldaan aan het blootstellingscriterium.
Minimale incubatietijd: Bij acute infecties 60 dagen.
Maximale latentietijd: 180 dagen (alvorens verschijnselen optreden).
Voor chronische infecties is geen maximale latentietijd op te geven.
Klik hier om direct naar het meldingsformulier te gaan.

