Zoek

Infectieziekten A-Z
Inleiding gevoelige groepen


De een is de ander niet

Niet iedereen wordt even snel ziek bij blootstelling aan biologische agentia. Dat kan met aangeboren eigenschappen te maken hebben of met verworven eigenschappen, dus na de geboorte. Deze eigenschappen kunnen tijdelijk zijn maar ook blijvend van aard.

Ze kunnen iemand overkomen bijvoorbeeld ziekte, maar ook eer door iemands gedrag bepaald worden. Al deze variabelen maken dat men nooit van absolute blootstellingnormen kan uitgaan. Dat geldt trouwens bij elke soort blootstelling als psychische, fysische, chemische en fysieke belasting maar zeker bij blootstelling aan biologische agentia.

Vandaar dat het uitgangspunt van de arbeidsomstandighedenwet het aanpassen van de belasting aan de persoonlijke belastbaarheid is. Enerzijds is er sprake van een wettelijke toegestane belastingsnorm, bijv. MAC-waarden, til-normen en lawaai, die zodanig vastgesteld zijn dat de meerderheid (meestal 80-90%) van alle mensen er geen gezondheidsschade van ondervindt. 

Aanstellingskeuring alleen in bijzondere situaties
Pas als er sprake is van een niet te vermijden (extra) hoge belasting mag men, na er in de aanstellingseisen (bijv. in de advertentie) melding van hebben gemaakt, een medische aanstellingskeuring laten doen.

Anderzijds is iedereen verplicht na de aanstelling er voor te zorgen dat iemand individuele belastbaarheid niet overschreden wordt. Dat kan alleen als er na die aanstelling een medische evaluatie plaatsvindt waarbij die extra gevoeligheid (die dus al tot gezondheidsschade kan leiden bij de gemiddelde normen) bepaald wordt.

Men mag dus niet bij iedere aanstelling een keuring doen en er alleen de beste kandidaten selecteren. Dit ter voorkoming van discriminatie van de zwakkere in onze samenleving. 

Opsporing extra gevoeligen start onmiddellijk na aanstelling
Om de extra gevoelige medewerkers op te sporen wordt er dus een extra inspanning van iedere werkgever verwacht!

Dat gebeurt in de praktijk echter zelden. Men wacht af tot de zwakheid zich geopenbaard heeft bijvoorbeeld door ziekte verzuim. Dat heeft ook te maken met het feit dat de voorspellende waarde van veel medische onderzoeken verre van volmaakt is. Meestal moeten tientallen mensen gewaarschuwd worden dat men een bepaalde extra gevoeligheid beschikt om bij een persoon werkelijke schade te voorkomen.

Het is vaak ook voor de werkgever goedkoper af te wachten tot er een zwakke medewerker tevoorschijn komt dan voor iedereen een medisch onderzoek te regelen en/of zulke preventieve maatregelen te nemen dat iedereen, inclusief de gevoelige groepen, tegen elke gezondheidsschade te beschermen. 

Wettelijke eisen
In principe valt dit de werkgever te verwijten vanuit de Arbowet die immers eist dat het arbobeleid gericht moet zijn op het voorkomen van iedere gezondheidsschade; zoveel mogelijk met bronbenadering. Ook het civiele recht (burgerlijk wetboek) dat de letselschade regelt, stelt dat de werkgever voor iedere schade aan de gezondheid van de werknemer verantwoordelijk is, tenzij de werknemer op grove wijze nalatig is. De bewijslast ligt hierbij voornamelijk aan de kant van de werkgever die moet aantonen dat hij alles gedaan heeft om die schade te voorkomen.  

Bepaling werkbelasting én belastbaarheid werknemer
Dat betekent dus enerzijds dat alle potentieel gevaarlijke factoren in de RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) aangeven moeten worden. Anderzijds moet ook rekening gehouden worden met de individueel minder belastbare werknemer. Dit laatste zou bepaald kunnen worden bij het PAGO (periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek) dat arbowettelijk aan iedere werknemer moet worden aangeboden voor zover dat enige medisch-wetenschappelijke zin heeft. Ook bij het modernere PMO (het preventief medisch onderzoek) kan dit een belangrijke doel zijn. 

Gevolgen voor de werkgever 
Voorgaande betekent dus dat er, zeker bij biologische blootstelling, hoge eisen aan de risicoinventarisatie en -evaluatie moeten worden gesteld. Het Arbobesluit dat over biologische agentia gaat stelt, naast de algemene eisen uit de arbowet, hier nadere eisen aan. De werkgever moet dus, proactief én reactief, alert zijn. Dat betekent: 

1.      Alle biologische gevaren in kaart brengen

2.      Bij ieder agens bepalen welke speciale gevoeligheden van werknemers er daarbij van belang zijn

3.      Vastleggen van alle relevante beroepsaandoeningen; inclusief beroepsziekten

4.      Direct na de aanstelling in medisch onderzoek de individuele gevoeligheid laten bepalen in relatie tot de uit de RI&E naar voren gekomen factoren. Het gaat hierbij dus om de aangeboren én later (maar voor de aanstelling) verworven individuele factoren.

5.      Dit onderzoek regelmatig herhalen door middel van PAGO/PMO en eventueel ook naar aanleiding van bij klachten (open spreekuur) of ziekte (verzuimbegeleiding)

Punten 1 t/m 3 volgen uit de extra verplichting tot een uitvoerige RI&E bij biologische agentia. Punten 4 en 5 uit de extra rechten op medisch onderzoek van de werknemer bij blootstelling aan biologische agentia.

Bij de (13-weekse) melding in het kader van de WVP (wet verbetering poortwachter) zou aan alle factoren bij de diagnose infectieziekte aandacht moeten worden besteed.

Het is duidelijk dat voor een optimale invulling van bovenstaande een gedegen kennis bij de bedrijfsarts/arbodienst/preventiemedewerker aanwezig zal moeten zijn. KIZA help u daarbij.