Zoek

Infectieziekten A-Z
Geneesmiddelengebruikers

  Inleiding

Geneesmiddelengebruikers krijgen naast de gunstige effecten van hun medicijnen helaas soms ook te maken met allerlei bijwerkingen. Deze bijwerkingen staan over het algemeen in de bijsluiterteksten vermeld.

Sommige bijwerkingen maken werknemers gevoeliger voor biologische agentia. Hieronder staat een indicatieve lijst van mogelijke bijwerkingen die van invloed kunnen zijn wanneer werknemers in contact komen met biologische agentia. Per bijwerking en per werksituatie zal bekeken moeten worden in hoeverre men met deze bijwerkingen rekening moet houden. Veel van genoemde bijwerkingen zijn gelukkig zeldzaam.  Deze opsomming is dan ook vooral bedoeld om de alertheid van de ziekteverzuimbegeleiders te verhogen. 

Antibiotica.

Hoewel antibiotica bestemd zijn om bacteriën, sommige schimmels en parasieten te doden, hebben zij maar een beperkt werkingsgebied. Soms krijgen tijdens een antibioticakuur andere en voor het antibioticum ongevoelige agentia een kans om zich ongebreideld te vermenigvuldigen en een infectie te veroorzaken. 

Anti- epileptica

Indien de bijwerking beenmergsuppressie optreedt, wordt de gebruiker gevoelig voor diverse agentia, afhankelijk van de aard van de onderdrukte immuun-afweercellen:

Anti-lymphocyt of anti-thymocyt globuline

  • Herpesvirussen,
  • Schimmels 
  • Protozoa

Anti-T-cel monoclonale antilichamen (bijvoorbeeld bij MS)

  • Virussen
  • Schimmels
  • Protozoa
  • Mycobacterium avium complex

Aspirine (chronisch gebruik):

Ingekapselde bacteriën:

  • Haemophilus influenza
  • Neisseria meningitidis (meningokok)
  • Streptococcus Pneumoniae (pneumokok)

Azathioprine, Ciclosporine:

  • Herpesvirussen
  • Schimmels
  • Protozoa

Corticosteroïden:

  • Schimmels
  • Gram-positieve kokken,
  • Protozoa,
  • Herpesvirussen,
  • Gramnegatieve bacteriën

Cyclofosfamide:

  • Schimmels
  • Gram-positieve kokken,
  • Protozoa,
  • Herpesvirussen,
  • Gramnegatieve bacteriën

Immunosuppressiva:

Deze kunnen leiden tot een “drug-induced” neutropenie en dit verhoogt de gevoeligheid voor:

  • Schimmels: bijvoorbeeld Spp van Candida, Aspergillus, Fusarium en Trichsporon
  • Gram-positieve kokken
  • Gram-negatieve bacilli

Psoralen

Bacteriën (zeldzaam)

Anti tumor necrotiserende factor (anti-TNF) middelen (TNF-blokkers):

Voorbeelden hiervan zijn: Etanercept, Adalimimab, Infliximab en Certolizumab. Deze middelen worden onder andere gebruikt bij reumatoïde artritis en psoriasis.

  • Tuberculose (reactivatie)
  • Coccidioidomycose
  • Histoplasmose
  • Herpes zoster
  • Hepatitis B (reactivatie, mogelijk vermindert deze kans door antivirale therapie)

Literatuur: Infectious complications of tumor necrosis factor blockade. Wallis R.S. Current opinion in Infectious Diseases 2009, 22:403-409

Overige middelen: zie de bijsluiters bij de verpakte geneesmiddelen.