Zoek

Infectieziekten A-Z
Bio-ArbeidsHygiƫnisch (BAH)-principe

Het Bio-ArbeidsHygiënisch principe ligt aan de basis van de preventie van biologische agentia en is opgezet naar analogie met het op chemische stoffen gerichte arbeidshygiënische principe. Tabel 1 geeft hiervan een samenvatting (Stinis, 2006) 

Tabel 1 Het BAH (bio-arbeidshygiënisch) principe

1

Bestrijding bij de bron

 

A

Bestrijd het agens zelf

 

B

Voorkom dat het agens in de bron komt

 

C

Bestrijd de bron (bijv. een vector, een dier), repellantia

 

D

Desinfectie; ultraviolet licht, chemisch (soms extra gevaar)

2

Organisatorische maatregelen

 

A

Zo min mogelijk mensen bij de bronnen laten komen

 

B

Inrichten schoon/vuil zones

 

C

Beperking aantal werknemers op een bepaalde plek

 

D

Beperk of vermijd de aanwezigheid van zwangeren in de gevarenzone

 

E

Houd speciaal de risicogroepen (extragevoeligen) weg van de bron

 

F

Geef voorlichting: onderricht en instructie en houd toezicht op de hygiëne

 

G

Houd alles goed schoon

3

Technische maatregelen

 

A

Afscherming

 

B

Maak contacten overbodig: kranen en deuren automatiseren ‘no touch’

 

C

Geen katoenen handdoeken, wel papieren

 

D

HEPA-filters, sluizen, overdruk, onderdruk etc.

 

E

biohazardkasten

 

F

Pas alleen niet-poreuze materialen toe

4

Hygienische maatregelen

 

A

Gedrag: hand geven, neuspeuteren, ogen wrijven

 

B

Handen wassen, douchen

 

C

Contacten vermijden

5

Persoonlijke beschermingsmiddelen

 

A

Afscherming huid: handschoenen, kleding, schort, haarkapje, schoenen

 

B

Afscherming ogen: brillen, schermen

 

C

Afscherming ademwegen: maskers (mond/neus)

 

 

 

6

Vaccinatie: Bij zwangeren liefst voor de zwangerschap wegens mogelijke impact op ongeborene en andere reactie zwangere

 

 

 

7

PEP (postexpositie profylaxe): preventief geneesmiddelen toedienen zonder dat de ziekte aangetoond kan worden (HIV, Hepatitis B). Deze middelen kunnen nadelige effecten hebben op het ongeboren kind

 

 

 

8

Therapie bij ziekte

 

A

Snel diagnose (laten) stellen: als werknemers waarschuwingssignalen leren kennen, kunnen ze de behandelend arts snel op het goede spoor zetten

 

B

Zo snel mogelijk therapie (legionella, ziekte van Weil)


In het kader van de preventie van infectieziekten zijn er verschillende strategieën mogelijk. Het uitgangspunt is dat preventie gebaseerd moet zijn op een systematische risico analyse waarbij, zowel kwalitatief als kwantitatief, de eventuele transmissiekansen worden ingeschat.

Een andere uitgangspunt is dat gestreefd moet worden naar een bronbenadering. Dat wil zeggen dat het probleem, indien mogelijk, bij de bron moet worden aangepakt. Dit is vastgelegd in de Arbowet en het zogenaamde arbeidshygiënische principe. Vanuit dit principe heeft aanpak bij de bron de voorkeur en komen gedragsgerichte maatregelen minder snel in aanmerking.  

Het veranderen van gedrag is weliswaar gemiddeld genomen effectief, maar wisselend duurzaam. Vaak ontstaat in de loop van de tijd een zekere gewenning, waardoor men de veiligheidsmaatregelen kan gaan verwaarlozen. Ook een toegenomen werkdruk kan van invloed zijn en de neiging veroorzaken de veelal lastige en tijdrovende veiligheids procedure over te slaan. Bronmaatregelen hebben dus de voorkeur. 

Ook moet gestreefd worden om persoonlijke beschutting- en beschermingsmiddelen zo min mogelijk te gebruiken. De redenen hiervoor zijn dat persoonlijke beschermingsmiddelen

  • zelden bijdragen aan het werkcomfort;
  • ook weer afhankelijk zijn van de toepassing (gedrag!);
  • indien ze verkeerd toegepast worden, vaak of ten onrechte een gevoel van veiligheid geven of de belasting verergeren;
  • vaak ingezet worden bij multipele blootstelling, waarbij zelden een optimale bescherming haalbaar is. 

Nu is het bij biologische agentia vaak niet mogelijk de bron te vervangen. Alleen bij bewust werken met biologische agentia is dat soms mogelijk. Meestal komt men niet verder dan aanpak van de vector of de verspreidingsweg. 

Omdat veel mensen (ook professionals als de meer chemisch opgeleide arbeidshygiënisten) zich niet realiseren dat er, ook bij de preventie, duidelijk verschillen zijn tussen chemische en biologische agentia, vat onderstaande tabel deze verschillen samen. 

Tabel 2. Verschillen tussen biologische en chemische agentia

 

 

Biologische agentia

Chemische agentia

Bijna altijd onwaarneembaar

Vaak kleur, geur, smaak

Ubiquitair voorkomen

Specifiek locaal voorkomen

Besmettingsgevaar familie, bevolking: epi- / pandemie

Meestal alleen het individu (met uitzondering van asbest en stralende stoffen)

Spontane vermeerdering

Eerder vermindering (verlies, afbraak)

Belasting variabel: meten is moeilijk

Meestal per proces van vrijkomen goed kwantitatief vast te leggen

Individuele gevoeligheid (afweer)

Meestal minder spreiding in schadelijkheid per belastingseenheid

Preventie door vaccinatie (soms)

Nooit mogelijk (ook geen gewenning. Met uitzondering van allergie)

Specifieke therapie mogelijk

Zelden specifieke therapie, meestal alleen ondersteunende (Chelaten)

Overbrenging menselijk contact

Zelden schadelijke overbrenging via menselijk contact

Invasie van het lichaam

Absorptie door het lichaam

Na infectie weer verdere verspreiding

Ook bij excretie weinig gevaar anderen

Virulentie

Toxiciteit

Infectieve dosis van 1 tot oneindig. Geen MAC waarden beschikbaar

Opgenomen schadelijke dosis meestal goed bepaal-/weegbaar. MAC waarden vaak beschikbaar

Port d’entrée: ook genitaal, anaal. Niet intacte huid door verwonding speelt belangrijke rol

Port d’entrée: voornamelijk mond, neus en soms slijmvliezen/huid. Niet intacte huid door verwonding speelt ondergeschikte rol

Expositie duur zelden op zich van belang

Expositie duur bepaalt de dosis

Expositie frequentie, belangrijker

Expositie frequentie voornamelijk belangrijk in relatie tot duur

Antigeen-Antistoffen complexen geven wel schade

Metabolieten soms ook gevaarlijk

Vectoren, dieren spelen vaak een rol

Vectoren spelen (bijna) geen rol

Invloed klimaat op vermeerdering

Invloed klimaat hooguit op reactiesnelheid en klontering

Desinfectie middelen beschikbaar

Hooguit neutraliserende middelen


Het aanbieden van vaccinatie moet altijd apart afgewogen worden. Het uitgangsprincipe daarbij is in het algemeen: JA, tenzij…

Literatuur

  • Zwangerschap, infectieziekten en werk. Stinis H.P.J. 2006. TBV 14 nr. 9 401- 406
  • Arbobesluit