Zoek

Infectieziekten A-Z
@rboinfect update: Q-koorts 9 februari 2010
11-02-2010

@rboinfect Q-koorts 9 februari 2010

Samenvatting:



Colofon @rboinfect
@rboinfect is een gezamenlijk initiatief van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten en het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Dit project wordt verder mogelijk gemaakt door een subsidie vanuit het ministerie van SZW.

In eerste instantie was er sprake van een pilotproject dat zich specifiek richtte op de Nieuwe influenza A(H1N1) pandemie.  Omdat veel arbo-professionals hebben aangegeven @rboinfect alerts op prijs te stellen is sinds 1 januari 2010 deze berichtenservice geformaliseerd en niet meer beperkt tot alleen de Nieuwe influenza, maar uitgebreid naar, in principe, iedere infectieziekte.

@rboinfect is een elektronische berichtenservice, waarmee arboprofessional snel berichten kunnen ontvangen over ontwikkelingen of incidenten op het gebied van infectieziekten ten tijde van een crisissituatie. Arboinfect is gebaseerd op Inf@ct, de elektronische berichtenservice met als doelgroep deskundigen op het gebied van infectieziekten in de openbare gezondheidszorg.
De @rboinfectredactie bestaat uit Jaap Maas (NCvB/KIZA), Karin Heimeriks (RIVM/Cib) en Harry Stinis (NCvB/KIZA).

Deze @rboinfect redactie maakt weer onderdeel uit van de KIZA redactie. Het NCvB/KIZA verzorgt de technische ondersteuning.  De redactie hoopt dat @rboinfect voor de arbo-professionals wordt wat de elektronische berichtenservice Inf@ct al is voor GGD artsen.

Belangstellende arboprofessionals kunnen zich eenvoudig aanmelden via een mail aan arboinfect@amc.nl of via de aanmeldmogelijkheid op de website www.kiza.nl.

Bericht (bron inf@ct):
Stand van zaken humaan:
Er zijn tot 3 februari 120 meldingen van Q-koorts geregistreerd in het jaar 2010. Tot nu toe zijn daarvan 4 mensen gemeld met een eerste ziektedag in 2010. De GGD’en hebben nog niet met allen patiënten contact gehad, waardoor de eerste ziektedag bij veel meldingen nog onbekend is. Een onbekend, maar aanzienlijk, deel zal een eerste ziektedag in 2009 hebben.

Onderzoekscommissie ingesteld
Er is door de ministeries van VWS en LNV een Q-koorts-evaluatiecommissie ingesteld onder leiding van prof. dr. ir. G. van Dijk. Het onderzoek richt zich op de periode vanaf 2005 en heeft betrekking op het proces van besluitvorming en de effectiviteit van de aanpak in de bestrijding van Q-koorts in Nederland. De commissie bepaalt zelf wie zij voor een goede uitvoering van de opdracht wil spreken en welke documenten zij daarvoor nodig heeft. De onafhankelijke commissie stelt een rapport op met conclusies en aanbevelingen en levert dit voor 1 juni 2010 op. Voor meer informatie over de samenstelling van de commissie en de onderzoeksopdracht zie de kamerbrief van 20 januari.   


Stand van zaken veterinair:
tweede ronding ruimingen

Vanaf begin december 2009 zijn in het kader van de meldplicht op grond van PCR-tankmelkonderzoek 67 melkgeitenbedrijven en 1 melkschapenbedrijf besmet verklaard door de VWA. Zie overzicht besmettingen Q-koorts. Er zijn ruim 38.000 drachtige dieren geruimd. Vorige week is gestart met een tweede ronde op positief geteste bedrijven, om drachtige dieren te identificeren. Er zijn tot nu toe ruim 600 dieren gevonden die bij het eerste bezoek van de ruimploegen niet als drachtig herkend zijn, en nu alsnog drachtig bleken en geruimd zijn. Tot nu werd in 2 gevallen bij ruimingen geconstateerd dat er tijdens of voor de ruiming abortussen hadden plaatsgevonden. De VWA zal deze bevindingen melden bij de desbetreffende GGD'en, die met die wetenschap nog alerter kunnen zijn op humane ziektegevallen in de omgeving van het bedrijf. Voor meer informatie over de veterinaire maatregelen, zie de website van het Ministerie van Landbouw maatregelen voor besmette bedrijven.  

Communicatie:
toolkit Q-koorts, folder kinderboerderijen
De CIb-toolkit Q-koorts voor GGD'en is aangevuld met informatie voor bezoekers van kinderboerderijen. De tekst is afgestemd met de SKBN, de koepelorganisatie van kinderboerderijen. De materialen in de toolkit kunt u gebruiken in uw communicatie over Q-koorts. Op de themasite Q-koorts worden vanaf nu wekelijks nieuwe cijfers gepubliceerd van het aantal humane ziektegevallen op 1e ziektedag. Vanaf week 15 zal ook de epicurve van de meldingsdatum worden toegevoegd. Daarnaast zullen ook wekelijks nieuwe kaarten worden gepubliceerd: één met de geografische weergave van de incidentie en de positie van de tankmelkpositieve bedrijven, en één met enkel de incidentie.  

Bedrijfsgeneeskundige overwegingen:
Specifiek voor werknemers kunnen nog de volgende aanvullingen worden gegeven:

Vanuit het preventieprincipe wordt geadviseerd altijd voldoende aandacht te besteden aan hygiëne en eventuele adembescherming. Ook bij bedrijven kleiner van 50 dieren of waarvan de Q-koorts status onbekend is. Dit geldt zeker in onderstaande situaties:

  • Vermijd stof producerende werkzaamheden. Indien dit niet te vermijden is, neem dan adequate hygiënemaatregelen in acht en gebruik adembescherming. Belangrijk bij het gebruik van hygiëne- en barrièremaatregelen, maar in het bijzonder adembescherming, is dat de werknemer goed geïnstrueerd wordt en dat mondkapjes aan het eind van de dag weggegooid moeten worden;
  • Mest, en andere organische materialen uit de stal en omgeving van dieren, moeten als potentieel besmettelijk worden beschouwd. Werknemers die met deze materialen werken worden geadviseerd adequate hygiënemaatregelen in acht te nemen en gebruik adembescherming;
  • Werknemers behorende tot de medische risicogroepen en/of (mogelijk) zwangeren worden geadviseerd zich niet beroepsmatig bezig te houden met geiten of schapen. De bedrijfsarts kan adviseren t.a.v. andere aangepaste werkzaamheden
  • Neem ingeval van medische klachten passend bij Q-koorts zo snel mogelijk contact op met uw huisarts voor nadere diagnostiek;
  • Bedrijfsartsen die tijdens het re-integreren van mogelijk blootgestelde werknemers worden geconfronteerd met aspecifieke klachten, zoals onverklaarbare energetische klachten, moeten differentiaal diagnostisch ook aan Q-koorts denken.

Beleid bij houders van niet-melkleverende geiten en schapen, AID houdt toezicht
Hoewel nauwelijks zichtbaar, is het lammerseizoen alweer begonnen. Vanaf 26 januari heeft de overheid aan alle houders van niet-melkleverende schapen en geiten met een publieksfunctie de verplichting opgelegd, om hun drachtige dieren afgezonderd van het publiek te laten aflammeren en om hygiënerichtlijnen te hanteren. In de brief aan de tweede kamer van 26 januari is beschreven dat de AID toezicht houdt op deze verplichting. Wanneer u als GGD aanleiding ziet om actief toezicht te houden op een locatie waar kleine herkauwers verblijven met een publieksfunctie kunt u een verzoek daartoe indienen bij meldkamer van de AID (telefoon: 045-5466230). Ook is beschreven dat lammetjesaaidagen in Nederland enkel mogen plaatsvinden indien de dieren twee keer zijn gevaccineerd. 

Besmette locaties van niet-melkleverende geiten en schapen
De VWA identificeerde 21 locaties van niet-melkleverende geiten en schapen die positief bleken voor Q-koorts in 2009 na brononderzoek.  De VWA heeft afspraken gemaakt met de AID om op korte termijn toezicht te houden op het naleven van de hygiënerichtlijnen op deze locaties. Het CIb-onderzoek naar deze locaties in relatie tot de humane ziektegevallen die in Osiris werden geregistreerd in 2009 kan naar verwachting voor 1 maart worden afgerond. VWS en LNV hebben daarnaast een aantal vragen over de rol van niet-melkleverende dieren in de epidemie in Nederland voorgelegd aan het RIVM. Op 15 februari zal een deskundigenoverleg worden georganiseerd waarin zowel de eerste onderzoeksresultaten van de 21 locaties als de vragen van VWS-LNV zal worden voorgelegd. De verdeling tussen humane en veterinaire deskundige zal evenwichtig zijn. Indien daar nu in de praktijk aanleiding voor is kunnen op de 21 positief bevonden locaties aanvullende maatregelen worden genomen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de burgemeester. Deze heeft wel de bevoegdheid om een locatie voor het publiek te sluiten, maar niet om te ruimen. (zie de kamerbrief van 26 januari).

Bedrijfsgeneeskundige overwegingen: vanuit bedrijfsgeneeskundig perspectief is er geen verschil in “arbo”beleid tussen een melk- en niet-melkleverend geiten of schapenbedrijf.

Uit de literatuur is bekend dat de coxiella ook in schaapswol kan voorkomen. Dit betekent dat  ook  schapenscheerders extra aandacht verdienen, net als werknemers die de wol verwerken.

Mededeling Koninklijke Nederlandse Vereniging van Verloskundigen
Op de site van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Verloskundigen (KNOV) staat vermeld dat verloskundigen extra beschermende maatregelen moeten treffen, omdat ervan uitgegaan wordt dat het Q-koorts bacterie ook in vruchtwater aanwezig kan zijn. Ook wordt aangegeven dat op dit moment een grote landelijke studie loopt om ontbrekende gegevens boven water te halen o.a. over vroege screening van zwangere vrouwen.
http://www.knov.nl/voor-verloskundigen/nieuws/q-koorts-besmetting-bij-zwangere-vrouwen-goed-registreren/P15