Zoek

Infectieziekten A-Z
MRSA besmetting bij nutdieren in kaart gebracht

MRSA besmetting bij nutdieren in kaart gebracht
Voor de bedrijfsarts bevat dit rapport onmisbare informatie om tot een goede risico-inventarisatie voor diergerelateerde MRSA te komen.

RIVMrapport
Begin december 2009 verscheen het RIVM-rapport  “Veegerelateerde MRSA: epidemiologie in dierlijke productieketens, transmissie naar de mens en karakterisatie van de kloon". Het rapport is samengesteld uit de resultaten van deelonderzoeken waarbij bijna elk onderzoeksinstituut betrokken werd dat van belang is op dit terrein. Het geeft een uniek overzicht van het vóórkomen van MRSA bij varkens, kalveren en kippen in ons land. Daarnaast wordt aandacht gegeven aan het vóórkomen van MRSA bij vleesproducten. Voor de bedrijfsarts bevat dit rapport onmisbare informatie om tot een goede risico-inventarisatie voor diergerelateerde MRSA te komen.

In onderstaande tabel vindt u een samenvatting van het aantal gevonden besmettingen per bedrijf, per diersoort en per werknemer, soms tot hun huisgenoten aan toe

 

Object van onderzoek

Aantal onderzochte(n)

% MRSA positief

Opmerkingen

Varkensbedrijf zonder zeugen

202

71%

Hoe groter het bedrijf hoe hoger %. Ook met het verloop in de tijd nam % toe. Bij 91% der positieve bedrijven leek de oorzaak voornamelijk in de aanvoer van positieve varkens te liggen, er zijn dus ook nog andere oorzaken

Varkensbedrijf met zeugen

?

67,80%

 

Varkenshouders

232

14%

Mensen die met varkens werkten hadden hogere % dan mensen die alleen op het bedrijf woonden. 2% van de mensen zonder direct contact bleek MRSA positief

Vleeskalverbedrijven

102

88%

Hoe meer stallen hoe minder besmetting. Dit was ook het geval als er meer gedesinfecteerd werd.

Vleeskalveren

?

27,50%

 

Vleeskalverhouders

390

33%

In perioden met minder kalveren daalde het MRSA% met respectievelijk 16 en 32%

Gezinsleden kalverhouders

?

8%

 

Koppels vleeskuikens

40

35%

Toename tijdens de werkdag

Vleeskuikens keeldragers

?

6,90%

 

Slachthuismedewerkers  vleeskuikens

?

5,60%

Contact met levende dieren: 13,6%. Contact met dode dieren: 1,9%

Melkvee ?

?

?

?

 De conclusie uit de tabel kan zijn
- dat werknemers die met levende MRSA besmette dieren omgaan zelf ook besmet raken
- als het contact minder wordt (minder dieren, vakantie) daalt dit percentage na enige tijd met 20-30%
- MRSA  komt ook voor op het stof aanwezig in de werkruimten. In hoeverre dit bijdraagt aan de transmissie is nog onderwerp van onderzoek.

MRSA en vleesproducten
Ook is onderzoek gedaan naar het voorkomen van MRSA op vleesproducten. Overall vond men 11,9% van de producten MRSApositief. De verdeling per vleessoort is respectievelijk; rundvlees 10,6%,  kalfsvlees 15,2%,  lams- en schapenvlees 6,2%,  varkensvlees 10,7%,   kip 16%,  kalkoen 35,3%,  overig gevogelte 3,4%  en wild 2,2 %. Circa 13% van de gevonden MRSAtypes bleek een mensgerelateerde MRSA en niet een diergerelateerd MRSAtype.

Antibioticaresistentie
Belangrijk voor het geven van een therapeutisch advies is de gevoeligheid van het MRSAtype voor antibiotica. In deze onderzoeken blijken bijna alle MRSA-bacteriën ongevoelig voor tetracycline. De resistentie tegen erythromycine en clindamycine bleek hoog namelijk > 60%. Ook voor gentamicine en neomycine bleek in een flink aantal gevallen resistentie te bestaan variërend van 10 – 57%. Deze resistentie komt relatief meer voor in vleeskalveren. Voor ciprofloxacine lag dit op 10 – 45%. Resistentie tegen trimethoprim/sulfa (TMP/S) kwam weinig voor, ondanks het feit dat dit middel vaak therapeutisch gebruikt wordt in de dierhouderij. Resistentie tegen TMP/S treedt echter pas op als MRSAstammen een combinatie van resistentiegenen hebben. Resistentie tegen de, in de humane geneeskunde belangrijke, antibiotica mupirocine,  fusidinezuur en rifampicine werd slechts zelden of niet gezien. Vancomycine-resistentie werd niet aangetoond.

We citeren enkele conclusies:
“Het ziekteverwekkend vermogen van de bij het vee gevonden MRSA lijkt niet af te wijken van de humane MRSA. Dragerschap van S. Aureus houdt een risico in voor infecties met de eigen stam (auto-infectie of endogene infectie). Met name bij verwondingen van de huid of slijmvliezen is de kans op een S. aureus-infectie bij dragers 5-10 maal groter dan bij niet-dragers.
Bij opname in het ziekenhuis is S. aureus-dragerschap een risicofactor voor het ontstaan van een ziekenhuisinfectie, bijvoorbeeld een wondinfectie na een operatie. Er zijn gevallen beschreven van infecties met ST398 binnen en buiten het ziekenhuis. Er zijn echter niet op grote schaal klinische problemen gesignaleerd bij veehouders na de (veronderstelde recente)introductie van MRSA ST398 in die groep. Naast het risico voor de individuele drager is er het risico voor introductie en verspreiding van MRSA in het ziekenhuis. Hoewel er een kleine uitbraak met ST398 is beschreven, geeft een inventariserende studie van het UMCU aan dat de kans op verspreiding van ST398 in vergelijking met ‘humane MRSA’ gering is: Dit betekent dat de kans op een grote verspreiding binnen het ziekenhuis gering is.

Voor het uitgebreide rapport kunt u op de website van het RIVM terecht.

Conclusie KIZA en arborelevantie:
Het is duidelijk dat de bedrijfsgezondheidszorg alert moet zijn bij organisaties en werknemers die in aanraking komen met varkens, vleeskalveren en vleeskuikens. Deze genoemde diersoorten zijn een potentiële bron voor MRSA.
Behoren de volgende werknemers tot uw zorgpopulatie wees dan beducht op MRSA: alle personeel waar genoemde dieren voorkomen, dierverzorgers, veterinairpersoneel, transporteurs, slachthuispersoneel, slagers, proefdierwerkers, schoonmakers, monteurs .

Vergeet niet dat ook derden, die in veel mindere mate besmet raken, betrokken kunnen zijn zoals huisgenoten, bezoekers en logees. Bij kwetsbare groepen werknemers die als bezoeker op een besmet bedrijf aanwezig zijn moet men altijd met een potentiële besmetting rekening houden. Overigens wordt MRSA bij steeds meer diersoorten aangetroffen waaronder ook vele huisdieren en paarden. Een gunstige bijkomstigheid is dat stoppen van de blootstelling in en door  het werk leidt tot een verminderde besmetting en dat deze soort MRSA gevoelig is voor veel humaan toegepaste antibiotica.

Geschreven door Harry Stinis, bedrijfsarts KIZA

Bron:
- Wagenaar JA en van deGiessen AW. Veegerelateerde MRSA: epidemiologie in dierlijke productieketens, transmissie naar de mens en karakterisatie van de kloon. RIVM-rapport 330224001, 2009