Zoek

Infectieziekten A-Z
Leverbot als oorzaak van een beroepsinfectieziekte
07-07-2009

Een oplettende bedrijfsarts meldde recent een beroepsinfectieziekte met de leverbot bij een veldonderzoeker. De fasciola hepatica (biologisch agens klasse 2), de leverbot, is een platworm die zoogdieren, waaronder mensen, als eindgastheer kan besmetten. De ziekte heet leverbotziekte (synoniemen zijn : fasicioliasis, fasciolosis en distomatose) en tast vooral schapen en vee aan, maar regelmatig ook paarden, wilde herkauwers en hazen. 

Mensen kunnen incidenteel besmet worden via het eten van waterkers, maar ook bij uitzondering door het binnen krijgen van besmet water of rauw, besmet schapen- en geitenvlees. Ook is wel eens het kauwen op een met schapenfeces besmet grassprietje als oorzaak beschreven. De infectie vestigt zich in de lever (parenchym) en de galgangen en bij uitzondering ook elders in het lichaam, bijvoorbeeld de huid en benen.
 
De poelslak( Limnea truncatula) treedt als tussengastheer op en de bestrijding ervan kan als preventieve bronaanpak worden gezien. De leverbotcysten zijn vooral op vochtige weilanden bij vertrapte slootkanten te vinden maar ook in de feces van besmette dieren. Bij de nutdieren leidt besmetting tot een slechtere melk- en vleesproductie en wordt daarom intensief bestreden.
 
Besmetting van de mens lijdt tot spijsverteringsstoornissen, buikpijn, koorts, bloedarmoede en eosinofilie. De diagnose wordt gesteld aan de hand van onderzoek van de ontlasting (probleem sterk wisselende uitscheiding) of het aantonen van antistoffen in het bloed. De behandeling kan medicamenteus (onder andere triclabendazole) of chirurgisch (bij galgang obstructie) plaatsvinden.
 
Hoewel transmissie naar de mens dus voornamelijk via het eten van waterkers en soms andere watergroenten plaatsvindt, kan besmetting soms ook in het werk plaatsvinden door het binnen krijgen van besmet gras, water, vlees en het omgaan met de fasciola in een onderzoekslab. Bij veldwerk is algemene hygiëne van belang. Vooral in verdachte gebieden moeten voor het eten de handen (en nagels) grondig gewassen worden met schoon water en zeep. Als dat niet mogelijk is, dan is het beter de maaltijd uit te stellen. Daarnaast mag niet op grassprietjes e.d. worden gekauwd.