Zoek

Infectieziekten A-Z
Nieuwe Influenza A(H1N1) update 24 juni
25-06-2009

 

Samenvatting:

Stand van zaken (24 juni)
Het aantal laboratoriumbevestigde gevallen van Nieuwe Influenza A (H1N1) in Nederland bedraagt inmiddels 112. 51 personen hebben de ziekte in Nederland opgelopen. Eén bevestigd geval is opgenomen in het ziekenhuis. In Europa is het aantal gevallen gestegen tot 4448. Wereldwijd zijn er 55857 bevestigde gevallen gemeld aan de WHO, waarvan Mexico, de Verenigde Staten, Canada, Chili en Australië de meeste gevallen meldden. 

Bijstelling beleid GGD (inf@ct):
De werkwijze van de GGD bij de bestrijding van Nieuwe Influenza A (H1N1) zal worden aangepast. Bijgevoegd een aangepaste praktische handleiding voor GGD'en opgesteld door de RAC'ers.
Het OMT heeft zich gebogen over de vraag of het huidige beleid, gericht op het voorkomen van transmissie, in dit stadium (nog) zin heeft.
Na overleg tussen de diverse partijen is het volgende geconcludeerd:

  • er nog geen influenza-activiteit in Nederland is waargenomen in de huisartsenpeilstations;
  • er nog geen influenza is vastgesteld bij mensen die in het ziekenhuis zijn opgenomen met een onbegrepen pneumonie;
  • er nog geen clusters zijn gemeld van influenza in instellingen zoals verpleeghuizen.

Geconcludeerd is dat er dus geen indicatie is en dat het huidige beleid van de GGD'en tekort schiet. Dit heeft niets te maken met de inzet van de GGD'en, maar met de dynamiek van de pandemie.

Geadviseerd wordt om het huidige beleid van opsporen van nieuwe gevallen te continueren. De casusdefinitie is niet veranderd.

Geadviseerd wordt echter het actief zoeken van contacten te staken. Huisgenoten moeten worden gewaarschuwd. Zij moeten op ziekteverschijnselen letten maar krijgen geen profylaxe meer. Zodra zij een passend klinisch beeld ontwikkelen krijgen zij oseltamivir in therapeutische dosering voorgeschreven. Diagnostiek bij huisgenoten is dus niet meer nodig. Voor alle overige contacten gelden geen maatregelen meer.

De thuisisolatie kan vanaf nu worden gestopt zodra de patiënt hersteld is. De termijn van 10 dagen wordt losgelaten. De herbemonstering op dag 5 kan worden beperkt. In het kader van de resistentiemonitoring is herbemonstering wenselijk bij patiënten die niet goed herstellen.
De informatiebrieven zijn aan de nieuwe situatie aangepast.

De aanpassing van de richtlijn beschermende maatregelen is bekrachtigd. Het infectiepreventiebeleid, dat tijdelijk voor de nieuwe variant was aangescherpt, kan weer worden teruggebracht naar het gebruikelijke beleid bij influenza, dus bij bemonstering volstaan handschoenen en mond-neusmasker. Het OMT adviseert de Werkgroep Infectiepreventie om na te denken over beschermende maatregelen bij ingrepen met een hoog risico op transmissie bij opgenomen patiënten. Aan het einde van de week zal de gedetailleerde tekst van dit advies beschikbaar komen via Inf@ct en @rboinfect..

Veranderingen in verdere toekomst
Uiteraard kan niet voorspeld worden hoe lang dit beleid nog zinvol zal zijn. Zodra er indicaties zijn dat er sprake is van voortgaande transmissie zal het RIVM opnieuw bijeenkomen om aanpassingen van het beleid te bespreken.

Bedrijfsgeneeskundige overwegingen:

  1. Indien er klachten die op influenza kunnen wijzen wordt geadviseerd thuis te blijven en niet naar het werk te gaan. Echter zodra klachtenvrij mag zo iemand in principe weer hervatten. Dit uiteraard in overleg met de bedrijfsarts
  2. Ook in geval van contacten met bewezen nieuwe influenzagevallen wordt er niet meer door de GGD bemonsterd. Indien deze personen klachten ontwikkelen, komen ze wel in aanmerking voor een curatieve behandeling met Tamiflu. Afhankelijk van het bedrijfscontinuiteitsplan kan er een besluit worden genomen deze personen 7 dagen vanuit thuis te laten werken. Ingeval van situaties waar er meerdere mensen, of groepen, mogelijk contact hebben gehad met een bewezen positief nieuwe influenza geval (bijvoorbeeld congressen) is de strategie van 7 dagen thuisblijven niet meer werkzaam. In die gevallen kan besloten worden werknemers wel naar het werk te laten komen, maar zodra er sprake is van griepachtige klachten, ze naar huis te sturen.

Het advies ten aanzien van beschermende maatregelen staat op zekere gespannen voet met de arbeidsomstandighedenwet. Immers, die gaat er van uit dat de werkgever moet voorkomen dat de werknemer gezondheidschade oploopt tijdens zijn werk. Het is dus aan de werkgever, personeelsvertegenwoordiging en bedrijfsarts hierin een balans te vinden.

Hierbij moet worden opgemerkt dat op dit moment er nog geen sprake is van een massale verspreiding van het nieuwe influenzavirus. Behalve in de gezondheidszorg, waar er sprake is van incidentele besmettingen, zijn er op dit moment nog geen aanwijzingen voor specifieke beroepsgebonden transmissie.

Echter, in algemene zin en puur vanuit arbeidsgeneeskundig perspectief wordt geadviseerd in situaties waar er sprake is van:

  1. een verhoogde beroepsmatige blootstelling (gezondheidswerkers, schoonmakers, functies waar er met (groepen) mensen worden gewerkt etc.);
  2. zwangeren;  
  3. risicogroepen (globaal die mensen die in aanmerking komen voor de jaarlijkse griepprik)
passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan te bieden. Dit eventueel in afstemming met de arbeidshygiënist. Conform het advies van de NVAB richtlijn influenza heeft een FFP2 masker dan de voorkeur t.o.v. een FFP1 (http://nvab.artsennet.nl/Artikel/Influenza.htm)
.
De effectiviteit van mondmaskers valt of staat echter met goed gebruik. Bedrijfsartsen worden dan ook geadviseerd werkgevers te verzoeken extra gebruikersinstructies te verzorgen op de werkvloer.
 
Oseltamivir: belang van zorgvuldige instructies voor gebruiker
De KNMP heeft de LCI erop geattendeerd dat oseltamivir door GGD'en niet altijd zorgvuldig lijkt te worden uitgegeven, dit betreft met name de uitgifte van oseltamivir voor kinderen. Wij adviseren u om secuur om te gaan met het verstrekken van oseltamivir (….).
 
Preventief inzet van antivirale middelen in het kader van bedrijfscontinuïteit.
De rijksoverheid adviseert terughoudendheid t.a.v. de inzet van antivirale middelen in de context van werk. Voor meer achtergrondinformatie wordt verwezen naar de folder van het ministerie van VWS (http://www.minvws.nl/folders/pg/2008/antivirale-middelen-tijdens-een-grieppandemie-standpunt-van-de-overheid-over-het-gebruik-ter-voorkoming-van-ziekte.asp).
 
Desondanks kan een bedrijf besluiten om redenen van bedrijfscontinuïteit toch antivirale middelen op te slaan voor hun sleutelfiguren. De bedrijfsarts is hiervoor dan medisch verantwoordelijk. Benadrukt moet worden dat de effectiviteit van antivirale middelen niet overschat moet worden en dat nauwgezette hygiënische maatregelen minstens zo effectief zijn. Het is aan de desbetreffende bedrijfsarts een besluit te nemen of hij of zij zichzelf in staat acht tot het voorschrijven van antivirale medicijnen en het begeleiden van met antivirale middelen “behandelde” werknemers.
 
Indien een bedrijf desondanks overweegt antivirale middelen in te gaan kopen, wordt de bedrijfsarts geadviseerd de volgende minimale randvoorwaarden met het bedrijf te bespreken:
  1. Het bedrijf moet beschikken over een bedrijfscontinuiteitsplan, of plannen hebben deze te willen ontwikkelen;
  2. Er moet sprake zijn van een heldere definitie t.a.v. “sleutelfiguren”;
  3. Er moet een protocol of communicatieplan aanwezig zijn, of ontwikkeld worden, waarin de volgende punten aan de orde komen:
a.      Inclusie en exclusiecriteria;
b.     Instructies wat te doen bij klachten of bijwerkingen;
c.      Afspraken t.a.v. bereikbaarheid;
d.      Informeren van de huisarts.
 
Interessant artikel over Bedrijfsgeneeskunde en pandemie
 
Wijzigingen veelgestelde vragen RIVM (24 juni)
 
Hoe weet je of iemand Nieuwe Influenza A (H1N1) heeft?
Als er iemand in Nederland koorts heeft en luchtwegkachten kort na verblijf in Mexico of in de Verenigde Staten, wordt laboratoriumonderzoek verricht om te kijken of het inderdaad Nieuwe Influenza A (H1N1) is. Dit onderzoek duurt ongeveer 12 uur.
 
Is Nieuwe Influenza A (H1N1) te behandelen?
Griep is een ziekte waarvoor over het algemeen geen behandeling nodig is. Maar omdat we willen voorkomen dat deze nieuwe virusvariant veel meer mensen gaat infecteren worden er virusremmers voorgeschreven. Deze middelen zorgen ervoor dat de patiënt minder virus uithoest dat weer andere mensen zou kunnen besmetten. Daarnaast verkort het middel de ziekteduur van griep.  Hiervoor wordt het middel oseltamivir (productnaamTamiflu) gebruikt.
 
Zijn er groepen mensen met een verhoogd risico op besmetting?
Omdat op dit moment nog maar weinig gegevens voorhanden zijn, is niet aan te geven of er speciale risicogroepen zijn. Het lijkt er wel op dat de gemiddelde leeftijd van de patiënten relatief laag is. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat jongeren onderling meer contact met leeftijdsgenoten hebben en minder vaak in aanraking zijn geweest met griepvirussen
 
Hoeveel mensen in Nederland hebben Nieuwe Influenza A (H1N1)?
Het exacte aantal mensen met Nieuwe Influenza A (H1N1) in Nederland is te vinden op de website van het RIVM. Allen zijn of worden op dit moment behandeld. Er worden geen virusremmers meer preventief voorgeschreven, ook niet aan nauwe contacten van besmette personen..De situatie wordt nauwgezet gevolgd. De eerste mensen in Nederland met Nieuwe Influenza A (H1N1) brachten deze infectie mee vanuit Mexico of de Verenigde Staten. Inmiddels komt mens-op-mensbesmetting ook in Nederland voor.
 
Ik ga op vakantie naar Mexico, de Verenigde Staten of een ander land waar Nieuwe Influenza A (H1N1) bij mensen voorkomt. Kan ik een virusremmer zoals Tamiflu meekrijgen?
Nee. Het middel oseltamivir (productnaamTamiflu) wordt niet preventief voorgeschreven en wordt alleen gegeven aan mensen die Nieuwe Influenza A (H1N1) doormaken.
 
Zijn er werknemers die door hun specifieke werkzaamheden risico hebben om Nieuwe Influenza A (H1N1) op te lopen?
In een klein aantal gevallen (bijvoorbeeld medische hulpverleners) zijn erspecifieke werkzaamheden bekend die het risico op besmetting met het Nieuwe Influenza A(H1N1) vergroten. In heel specifieke gevallen kan een werkgever in samenwerking met een arbodienst besluiten extra persoonlijke beschermingsmiddelen aan te bieden. Zij zullen dan rekening houden met specifieke groepen werknemers.
 
Als bij een patiënt Nieuwe Influenza A (H1N1) wordt vastgesteld, wat gebeurt er dan?
Als de patiënt thuis kan blijven is dat het beste. Hij of zij krijgt virusremmers om de besmettelijkheid te verminderen en de ziekteduur te verkorten. Mensen uit de directe omgeving van de patiënt krijgen informatie over de symptomen van Nieuwe Influenza A (H1N1) en worden geadviseerd direct telefonisch contact op te nemen met de huisarts als zich bij hun deze symptomen voordoen. Mocht de patiënt opgenomen moeten worden in een ziekenhuis dan zal de patiënt geïsoleerd verpleegd worden.
 
Vragen over vaccinatie
 
Is er ook een vaccin tegen het Nieuwe Influenza A (H1N1)-virus?
De farmaceutische industrie ontwikkelt momenteel een vaccin dat mensen kan beschermen tegen ziekte door deze griepvariant. Het zal nog enige maanden duren voordat het vaccin beschikbaar is.
.
Is er een vaccin beschikbaar wanneer in Nederland de grieppandemie uitbreekt?
Daar is nog niets over te zeggen, We weten nog niet precies hoe lang de industrie nodig heeft voor het maken van een vaccin. De Nederlandse overheid heeft wel een order geplaatst voor de aanschaf van 34 miljoen doses vaccins. Dit is voldoende om de gehele Nederlandse bevolking te vaccineren.
 
Wat is het verschil tussen een virusremmer en een vaccin?
Een virusremmer is een medicijn dat de vermeerdering van het virus remt. Daarom worden virusremmers alleen gebruikt bij patiënten die Nieuwe Influenza A (H1N1) hebben..
Een vaccin zet het lichaam aan om antistoffen te maken, die het virus onschadelijk kunnen maken. Omdat het lichaam na vaccinatie lange tijd antistoffen blijft maken, geeft vaccinatie ook langere tijd bescherming. Vaccinatie kan dus ook uit voorzorg gegeven worden.
 
Geeft het jaarlijkse griepvaccin (de griepprik) bescherming tegen Nieuwe Influenza A (H1N1)?
Het lijkt erop dat het jaarlijkse griepvaccin slechts zeer geringe bescherming biedt tegen Nieuwe Influenza A (H1N1).
 
Geeft het doormaken van ‘gewone griep’ bescherming tegen Nieuwe Influenza A (H1N1)?
Omdat het doormaken van gewone griep altijd enige restbescherming geeft tegen griepvirussen die het jaar daarop circuleren zou men verwachten dat dit ook enige bescherming biedt tegen de nieuwe influenza(H1N1). Maar omdat het normale griepseizoen nog niet begonnen is kunnen we dit nog niet met zekerheid zeggen
 
Zal er voor iedereen vaccin tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) beschikbaar zijn?
In het begin zal er niet voldoende vaccin beschikbaar zijn om iedereen tegelijk te vaccineren. De volgorde van vaccineren zal door de overheid worden vastgesteld.
 
Vragen over zwangerschap
 
Loopt mijn ongeboren kind risico als ik Nieuwe Influenza A (H1N1) krijg?
Er is weinig informatie over de effecten van de Nieuwe Influenza A (H1N1) bij zwangeren. Andere griepvirussen geven geen verhoogde kans op aangeboren afwijkingen. Wel heeft de moeder een iets grotere kans op complicaties van de griep, zoals longontsteking. Aangeraden wordt om medicijngebruik tijdens de zwangerschap, dus ook van antivirale medicijnen, altijd te bespreken met uw behandelend arts.
 
Loop ikzelf extra risico als ik tijdens de zwangerschap Nieuwe Influenza A (H1N1) krijg?
Een zwangere vrouw heeft niet meer kans om besmet te raken. Wel heeft die een iets grotere kans op complicaties, zoals longontsteking. Dat geldt zowel voor de gewone wintergriep als voor Nieuwe Influenza A (H1N1). Er zijn aanwijzingen dat zwangere vrouwen in vergelijking met andere mensen een grotere kans hebben op een ernstig verloop van influenza. Dat geldt mogelijk ook voor Nieuwe Infuenza A (H1N1). Het is daarom belangrijk om bij griepverschijnselen direct telefonisch contact op te nemen met uw huisarts. Deze beslist dan of u virusremmers mag gaan gebruiken.
 
Bedrijfsgeneeskundige overwegingen: Zwangere werkneemster die vanuit hun functie een verhoogd risico lopen wordt geadviseerd tijdelijk andere werkzaamheden te gaan verrichten waar er geen sprake is van een verhoogd risico.
 
Stel dat ik besmet raak tijdens mijn zwangerschap, mag ik dan wel virusremmers slikken?
Er is weinig bekend over de mogelijke effecten van virusremmers op het ongeboren kind. Bij normale wintergriep wordt het gebruik van virusremmers bij niemand voorgeschreven, dus ook niet bij zwangere vrouwen. Omdat er nu sprake is van een pandemie, wegen volgens het Europese Geneesmiddelenbureau (EMEA) de voordelen op tegen de nadelen. Aangeraden wordt om medicijngebruik tijdens de zwangerschap, dus ook van antivirale medicijnen, altijd te bespreken met uw behandelend arts. Ook als u denkt zwanger te zijn, of als u zwanger wilt worden, moet u medicijngebruik altijd overleggen met uw behandelend arts. De arts beslist of u antivirale medicijnen mag gaan gebruiken.
Bedrijfsgeneeskundige overwegingen: Zwangere werkneemster die vanuit hun functie een verhoogd risico lopen worden geadviseerd tijdelijk andere werkzaamheden te gaan verrichten waar er geen sprake is van een verhoogd risico.