Wat is er aan de hand?
Het lammerseizoen bij schapen is weer begonnen. En bij geiten staat het voor de deur. Voor zwangere vrouwen kan dat gevaar voor de gezondheid betekenen: voor hen zelf en voor hun ongeboren kind. Het gaat daarbij om de kans op besmetting met Chlamydia abortus, Listeria monocytogenes en mogelijk Toxoplasma gondii. Sinds 2007 blijkt dat ook de Coxiella Burnetii, de veroorzaker van Q koorts, in het rijtje thuishoort. Deze ziekte blijkt nu gedurende het hele jaar, maar vooral in het voorjaar en zomer, in ons land voor te komen. Waarschijnlijk vooral bij geiten, maar de exacte bron(nen) zijn nog niet opgespoord. De Coxiella is voor al in droogstof een hardnekkige overlever. Uit een uitgebreid onderzoek onder zwangeren die afgelopen jaar (2008) positief bleken te zijn voor Q-fever, kwam bij geen enkele vrouw tot op heden een negatieve zwangerschapsuitkomst aan het licht. Men is een vaccinatiecampagne van alle geiten en schapen gestart. De exacte transmissieweg in ons land is overigens nog steeds niet duidelijk.
Hoe kan men besmet worden?
Vooral door direct contact met lammerende schapen en pasgeboren lammetjes waarbij de agentia met het vruchtwater, bloed en de placenta vrijkomen. Hetzelfde geldt voor geiten. Bij Q- fever moet men ook rekening houden met verspreiding via droog stof. Besmetting met Toxoplasma gondii gaat alleen via de feces van jonge katten of het binnenkrijgen van rauw vlees van vele diersoorten.
Schapen en geiten kunnen dragers zijn van bovengenoemde infectieuze agentia en deze komen vooral tijdens de geboorte van lammeren en geitjes vrij. Door rechtstreeks contact met de pasgeboren dieren, met de kersverse moeder of met de door vruchtwater besmette geboorteplek (stro) kan men besmet raken. Het is ook mogelijk besmet te worden via anderen die met schapen of geiten contact hebben gehad, bijvoorbeeld via besmette werkkleding.
Hoewel het aantal gevallen van miskramen bij mensen klein is, is het belangrijk dat zwangere werkneemsters (als risicolopers) maar ook mannelijke werknemers en niet zwangere werkneemsters (als risicovormers voor zwangeren uit hun omgeving) van genoemde gevaren op de hoogte zijn. Overigens geldt het besmettingsgevaar in verhoogde mate voor werkneemsters in de vleesverwerking, vooral in de slachtketen.
Het advies aan zwangere werkneemsters luidt als volgt:
- Help niet bij het lammeren en melken van schapen en geiten;
- Vermijd contact met pasgeboren of (spontaan) geaborteerde lammeren;
- Vermijd contact met nageboorten, vruchtwater en bijvoorbeeld stro van de geboorteplek;
- Vermijd het aanraken van mogelijk besmette kleding en voorwerpen die in contact zijn geweest met ooien en lammetjes. Dus ook geen mogelijk besmette werkkleding van anderen .nemen of thuis laten wassen.
Voor overige werknemers geldt:
- Denk altijd aan de kans op overdracht naar zwangeren uit de directe omgeving;
- Neem werkkleding en andere mogelijk besmette voorwerpen niet mee naar huis.
Boeren hebben niet alleen een verantwoordelijkheid voor het eigen personeel maar ook voor bezoekers (zowel publiek als professionals) en hun eigen familie en buren. Denk daarbij ook aan de boerderijen met bijvoorbeeld als nevenactiviteit het organiseren van kinderfeestjes.
Preventieve activiteiten 2009
- Boeren (veehouders; schapenhouders, geitenhouders) en hun personeel;
- Kinderboerderijenbeheerders (ook vrijwilligers!) met lammetjes; Een toenemend aantal kinderboerderijen heeft een waarschuwingsbord voor zwangeren bij de ingang geplaatst.
- Professionele bezoekers van bedrijven waar gelammerd wordt/is: controleurs, dierenartsen, onderhoudstechnici, vertegenwoordigers etc.;
- Personeel veterinaire microbiologische laboratoria;
- Personeel werkzaam op abattoirs, slagerijen en vleesverwerking;
- Personeel werkzaam in het slachthuis, in slagerijen en bij de slachtafvalverwerking;
- Werknemers veedestructiebedrijven
- Studenten veterinaire opleidingen;
- Veetransporteurs;
- Werknemers (zowel artsen als assistentes en vrijwilligers) uit de veterinaire gezondheidszorg;
- Wasserijen werkkleding risicovormers.

